Soul Searching #31: een vaag verhaal

Geplaatst door

Laatst las ik ergens een bericht van iemand. Hij schrijft gedichten, omdat hem dat veel ruimte geeft om zich uit te drukken op papier. Niet letterlijk ‘ruimte’, maar de mogelijkheid om iets vaags te omschrijven wat hij eigenlijk niet in precieze woorden kan duiden. Interessant, dat ga ik ook eens proberen šŸ™‚


Hey. Ken je me nog? Ooit waren we samen, en deden we mooie dingen. Begrijpen, creĆ«ren, en ondersteunen – dat waren onze werkwoorden. Maar ik zie je niet meer. Er iets veranderd. Waar ben je? Ik mis je!

Ik praat met veel mensen over je. Niet verbazend, want je staat enorm in de spotlights. Je bent beroemd en zelfs berucht geworden. Toch lijkt het net alsof niemand je kent zoals ik je ken. Men claimt je intiem te kennen, maar ik herken je niet terug in hun verhalen.

Het is alsof ze alleen je vorm zien, maar niet je essentie. Ik moet denken aan een smid in de middeleeuwen – een expert in het maken van zwaarden. Om het perfecte zwaard te kunnen maken, heeft de smid intieme kennis nodig van de ridder, van de gevechten die gevoerd kunnen worden, van de materialen die nodig zijn, van de skills die nodig zijn om een zwaard te maken – en dit alles samen met dat spreekwoordelijke heilige vuur dat er nodig om te streven naar perfectie.

Ik krijg het gevoel dat veel mensen zich al een middeleeuwse smid wanen, maar dat eigenlijk nog niet zijn. Dat is prima natuurlijk, want dat komt met de jaren wel. Uiteindelijk kunnen ze allemaal wel een zwaard produceren. Nee, het gaat me om de woorden ‘intiem’, ‘perfect’, en ‘heilige vuur’. Want, ergens in de buurt van die woorden, vind ik jou.

Laat ik een stuk terug in de tijd gaan. Toen ik me voor het eerst realiseerde dat ik je kwijt was geraakt, ben ik driftig naar je op zoek gegaan. Eerst was ik boos op en teleurgesteld in de smeden. Hoe durven ze te claimen een goede smid te zijn, terwijl ik vrij zeker weet – in theorie – een betere smid te kunnen zijn?

Toch moest ik uiteindelijk bekennen dat ik geen meestersmid was (of ben), en dat ik anderen heb ontmoet die wel erg goede zwaarden kunnen maken. En ook bij deze mensen herkende ik jou niet. Mijn boosheid kwam voornamelijk voort uit de teleurstelling dat ik niet de beste was, en uit de ontgoocheling dat ik jou vermoedelijk niet ging vinden door te proberen de beste smid te worden.

Parallel aan deze realisatie, kwam ik ook steeds vaker mensen tegen die de aard van het ridderschap veranderden. Plotseling waren er generaals, scheidsrechters, en spelregels. Dit alles onder het mom van ‘volwassenheid’ van het ridderschap. En weet je wat? Ik vond het wel een goed idee.

Een tijdlang heb ik geholpen bij het vormgeven van de regels omtrent het ridderschap. Dit bracht me in een andere wereld. Een van strategieƫn, generaals, rangen, andere wapens, stappenplannen, en regeltjes. Een waardevolle wereld, maar ook een wereld waar ik me verder van jou verwijderd voelde dan ooit.

Achteraf gezien heeft het me wel de meest belangrijke en moeilijkste les geleerd. Lieve vriend, ik heb lange tijd gedacht dat jij het perfecte zwaard was. Het product van een meestersmid. In mijn zoektocht naar jou heb ik geprobeerd een meestersmid te zijn, een ridder te imiteren, de generaal te zijn, en de regels vorm te geven. Ik heb geprobeerd om alles te begrijpen en te kunnen, om zo jou te vinden in de wereld van het zwaard.

Maar jij bent niet het zwaard. Jij bent niet de smid, of zelfs de meestersmid. Jij bent niet het materiaal waar een zwaard van gemaakt is, noch de vaardigheid waarmee het gemaakt is. Nee.

Jij bent dat vonkje van spanning dat de smid voelt tijdens het smeden van het zwaard. De trots die de smid ervaart als hij zijn meesterwerk oppakt. Jij bent het gevoel van eenheid en balans dat de ridder voelt als hij het zwaard voor het eerst in zijn handen heeft.

Ik zit er dus helemaal naast, lieve vriend. Dat ding in de spotlight, dat ben jij helemaal niet. Die hele analogie met een zwaard en een smid klopt helemaal niet – al was hij wel nodig om dat aan te tonen. Maar wat nu? Waar ben je? Of beter gezegd, wat moet ik doen om je te ervaren? Of ervaar ik je misschien al? Of ben ik op de verkeerde plek om je te kunnen ervaren? Ik weet het even niet.

Of toch wel? Volgens mij heb ik je namelijk weer gezien. Er is een clubje mensen die ik regelmatig zie, en daar ben je alom aanwezig. En weet je wat het gekke is? Niemand vind het nodig om over je te praten – zelfs ik niet. Je bent er gewoon. Ik weet eigenlijk niet zeker of ik je wel herken. Vergis ik me wellicht?Of durf ik het niet toe te geven?

Weet je, ik heb misschien een gekke gedachte. Ik heb het er steeds over dat ik je ‘kwijt ben’. Eigenlijk wil ik daarmee zeggen, denk ik, dat ik je nooit meer los wil laten zodra ik je vind. Maar stel nou dat het ‘zoeken’ en het ‘ervaren’ twee zijdes zijn van dezelfde munt. Stel, dat het ‘zoeken’ een noodzakelijke voorwaarde is voor het ‘ervaren’. Stel dat ik aan het leren ben wat, diep van binnen, ‘ervaren’ voor mij inhoudt. En dat ik aan het leren ben hoe ik die ‘zoektocht’ op een fijne manier kan vormgeven. En dat ik leer wat ik nodig heb voor de zoektocht. Dit alles ondersteund door dat spreekwoordelijke heilige vuur voor de spanning van de zoektocht en het uiteindelijke moment van ervaren.

Verdomd, toch een beetje die smid.


Wow, dit was eigenlijk onwijs leuk om te doen. Dank voor het lezen, en tot de volgende keer!